donderdag 17 april 2008

Gewapend treffen

Er zijn wel eens van die momenten dat ik besprongen word door een plotselinge vlaag van ambitie. Dan draai ik vlug een jointje en dan hebben we dat ook weer gehad. Toch ben ik niet altijd zo geweest. Als kind was de wereld namelijk bijna te klein om mijn ambitie te herbergen...

Veldmaarschalk wilde ik worden. Of opperbevelhebber van alle strijdkrachten, een moderne Caesar, een Bismarck, een kleine Napoleon, generaal der generaals. Zoiets.

Verscheidene legers had ik al onder mijn hoede. Een hele doos met plastic geallieerden en tanks, tezamen met een kleinere hoeveelheid Duitsertjes. Te herkennen aan hun helm. Verder had ik een nog grotere emmer vol Star Wars speelgoed. Vooral het kleine peleton Stormtroopers had mijn voorkeur: gezichtsloze witte moordenaars, gemaakt om als strategisch inzetbaar kanonnenvoer te dienen. Zo gelukkig als een kind dus maar kon zijn speelde ik mijn wargames. En ’s avonds met natte haren en in pyjama op de bank kijken naar Tour of Duty.

Nou ja, spoel die band maar voorwaarts naar mijn studietijd. Voor velen het moment waarop het echt misgaat. Zo had ik dus een huisgenoot met een computer en internet en aangezien ik ook een computer had, was een netwerkje snel aangelegd. Dit is het moment waarop Red Alert 2 in mijn leven kwam. Ah… Red Alert 2. Vele nachten doorgehaald met dat spel, mijn studie had er danig onder te lijden, evenals mijn gewrichten. Gelukkig gaan computers snel stuk onder mijn handen, dus dat spel was ik ook weer snel kwijt.

Maar ik heb het weer. Red Alert 2, mijn lieve, lieve, bloederige tijdverdrijf. Stond gewoon op Limewire, helaas. Wat maakt het toch zo verslavend, waarom speel ik het nog steeds? Een kort verslag:

...een eilandengroep ergens in de stille Zuidzee. Zeven uiterst gedisciplineerde legers strijken neer om het gebied, rijk aan goud en andere delfstoffen, te koloniseren voor The Evil Empire. Wat ze niet weten is dat een eilandje verderop nog een kleine troepenmacht is geland. Dit kleine legertje bouwt geen basis, maar verplaatst zich vlug en geruisloos naar het grootste en rijkste eiland in het midden van het scherm. Slechts vijf tanks telt het leger, deze zijn niet gebouwd om te doden, deze saboteren...

Tegen de tijd dat de boosaardige troepen van the Emperor in de gaten krijgen wat er gebeurt, is het al te laat. Alle bruggen naar het eiland zijn onherstelbaar vernietigd, het is alleen nog door de lucht te bereiken.

"Dammit!"

De duistere heerser uit het oosten vloekt stilletjes in zijn zware mantel als hij het nieuws hoort. Onmiddellijk laat hij enkele verkenningsvluchten uitvoeren, maar ergens in zijn achterhoofd weet hij de uitkomst al. Als zijn verkenners hem het nieuws brengen is hij te vermoeid om de boodschapper te schieten. Hij zucht nog eens diep en beveelt dan om het oranje gekleurde leger met alle mogelijke middelen aan te vallen. Te beginnen met F-16’s, MiGs, bommenwerpende zeppelins en uiteindelijk kunstmatig opgewekte weerstormen en atoombommen. Maar het is nutteloos, al het bloedvergieten, alle materiële inzet, alle tijd… het verdwijnt als sneeuw voor de zon wanneer de dikke rijen luchtafweer van generaal Pipov von Sternhoffen hun raketten afvuren.

"Verdomme!"

Als een rups in zijn cocon ontwikkelt het leger van generaal von Sternhoffen alias de Oranje Baron zich tussen de rookwolken en kruitdampen. Wat aanvankelijk een passieve kolos lijkt, blijkt uiteindelijk…


Nou ja, blablabla. Vanaf hier vind ik er zelf meestal niet zoveel meer aan. De tijdsdruk en de bombardementen in het begin zijn heerlijk. Heb ik wel genoeg geld? Ontwikkelt de oorlogsindustrie zich wel snel genoeg? Het vult mijn hoofd zover dat er nog net een klein laagje denkruimte overblijft om zonder afleiding de dag nog even door te nemen. Of over het een of ander weg te mijmeren. Daarna is het de kunst om zo snel en efficiënt mogelijk mijn tegenstanders uit te roeien. Meedogenloos ben ik dan, ik hou van grote explosies en harde boem.

Godzijdank heb ik geen last van digitale peer pressure, zoals online WoW spelers. Ik ondervind al genoeg druk van mijn trouwe lezers om hen zo nu en dan mijn hersenspinsels voor te schotelen. Eén à twee reacties per stukje trek ik dan nog net...

1 opmerking: