“Hallo, ik wou graag één bufo marinus en een doosje muizen. Weet je wat? Maak daar maar twee, nee drie, nee vier doosjes van. Verder heb ik nog een kogelvisje nodig en zo’n Zuid-Amerikaans boomkikkertje. Meenemen graag.”
Zo, dat ging belachelijk simpel. En ik heb er nog een spaarkaart aan overgehouden ook. Ik wist echt niet dat je dat soort tropische beesten zo makkelijk mee kon krijgen. Een trip naar de Intratuin bleek verder overbodig. Er woont hier namelijk in de buurt zo’n oud vrouwtje die me altijd bedreigt met een schoothondje en laat nou net dát vrouwtje een Datura Stramonium in haar tuin hebben staan. Met gevaar voor eigen leven heb ik daar ’s nachts een rugzak vol bloemen van afgeplukt. Ach, tis toch herfst; die dingen horen helemaal niet te bloeien.
Bijna zou ik hier uitleggen hoe ik mijn coup de poudre gemaakt heb, maar als aspirant-bokor weet ik niet zeker of ik dat soort dingen wel mag vertellen. Bovendien wil ik de lezer niet te veel vermoeien met het scheikundige proces. Het heeft me in ieder geval een aantal dagen en vele verschroeide neusharen gekost... maar dan heb je ook wat.
Nu hoefde ik alleen nog maar de muizen te scheren: la poudre wordt namelijk op de huid aangebracht. Gelukkig had ik een paar extra doosjes muizen gehaald, want ook al weet je het van tevoren: je geeft die beesten zó teveel. Na een halve doos weggegooid geld had ik er eindelijk eentje voldoende verlamd tot het punt dat ie echt dood leek - maar niet was. De dosis bleek echter miniem te moeten zijn, kwestie van milligrammen.
Vervolgens de rest van de muizen gedaan. Mijn ervaring is echter dat mensen een stuk docieler zijn dan muizen, dus dat was ook weer een heel gedoe. Bijna had ik mezelf vergiftigd, maar ik schijn nogal een tolerantie opgebouwd te hebben tijdens mijn blauwtongfase. Wat een gekke tijd was dat trouwens!
Ik heb de muizen ook nog laten zien aan mijn buren, wat vrij essentieel is. De samenleving moet toch echt het idee hebben dat het subject dood is en direct begraven dient te worden. Het mooie is dat ze ook beginnen te stinken en op te zwellen alsof ze al weken dood zijn. Nou ja, niet te harden was dat.
Het Rengerspark leek me wel een mooie plek, zo vlak naast de begraafplaats. De zielen van de muizen heb ik plechtig bezongen en een behouden vaart gewenst. Op dit punt hoort het subject ook zelf te denken dat hij dood is.
Na een half uur, toen ik zeker wist dat er geen familieleden meer zouden komen om afscheid te nemen, heb ik ze weer opgegraven. Eigenlijk waren ze nu allemaal dood, hun ziel inmiddels in de muizenhemel. Alleen voor de bokor hebben ze nog nut, als slaaf.
Hier komt de Datura Stramonium in het spel. Ik heb er een flinke pot thee van gezet en in de vriezer bewaard. Iedere dag geef ik ze een klein beetje, zodat hun hersenen nooit echt wakker worden en ze het idee blijven houden dat ze in de schimmenwereld rondwaren. Gebonden aan de demon (ik) die hen als slaven voor hem laat werken op de plantages.
Nu heb ik geen plantage en echt goed werken kunnen die zombiemuizen niet, maar ik mag graag een ommetje met ze maken. Door de Datura schijnen ze een telepathische verbinding met mij te hebben en volgen ze me echt overal! Al met al kan ik zeggen dat ik eindelijk een geslaagd experiment heb uitgevoerd en eerlijk gezegd voelt dat ook wel eens goed.
donderdag 1 november 2007
Zombificatie
Door:
Piepke van der Sterren
om
19:51
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Laat geen reactie achter
BeantwoordenVerwijderenDeze reactie is verwijderd door de auteur.
BeantwoordenVerwijderenhoi doei
BeantwoordenVerwijderen