Stervende duiven achter ieder raam. Ontzet loop ik langs de aanleunwoningen van de bejaardenflat. Vrijwel allemaal staren ze naar buiten, maar ik heb niet het idee dat ze me zien. Sommigen staren via het raam in het verleden, anderen hallucineren wat suffig. En natuurlijk zijn het allemaal vrouwen. Zul je net zien. Om de een of andere reden schijt ik in mijn broek voor oude, gerimpelde vrouwtjes; ik vind die scharrelende grijskuiven doodeng...
In het laatste huis zit er één die me recht aankijkt. Ze lijkt me zelfs te herkennen en steekt haar hand op. Ik zwaai maar terug. Uit naam van de misplaatste zoon. Helaas zit hij momenteel aan de andere kant van de stad te zwoegen op een auto die vóór vier uur klaar moet zijn, zodat ook die klant tevreden zal zijn. En zodat hij dus brood op de plank krijgt voor zijn kinderen. Kleinkinderen van die muizige duivel die mij zo indringend aankijkt... en ik neem aan dat hij nu zou zwaaien.
Enfin, ik probeer dat verhaal te verwerken in het korte handgebaar dat ik maak... maar het gaat mis. De heks wenkt mij. Ik moet binnen komen en koekjes eten en tv kijken, wenkt ze. Dat gaat niet lukken, wenk ik, de tijd dringt en de klok stopt voor niemand. Toch staat ze zelfs op om het raam open te doen, wat het erg moeilijk maakt om door te lopen. Waarschijnlijk moet ik nu gaan uitleggen dat ik niet ben wie ik ben. Op het moment dat ze haar hoofd uit het raam steekt sta ik even heel raar te kijken. Ik knipper met mijn ogen en zie het nu pas. Mijn god, het is John! Op de achtergrond zie ik het lachende gezicht van Mike uit Breda, zijn broer. Ik trek dit echter niet. Dit is te raar.
Thuis plof ik uitgeput neer op mijn bureaustoel. Ik heb de hele weg naar huis gerend. Nog voor dat ik de computer aan kan zetten zie ik in de reflectie van het beeldscherm iets waar ik al een poosje voor vreesde: een zombie. Gehurkt zit hij in een hoekje van de kamer. Nu ruik ik hem ook. Getverdemme.
'Het ding' lijkt echter niets te zien, maar reageert wel op mijn stem. Dus ik besluit hem te laten zitten. Hij is zo te zien niet erg gevaarlijk en misschien gaat ie vanzelf wel weg. Maar de volgende ochtend zit hij er nog. En als ik 's avonds uit mijn werk kom nog steeds! De zombie blijft vervolgens een hele week in mijn huis kamperen.
Op dit punt begin ik me toch af te vragen of hij geen honger heeft. Van de films weet ik dat zombies hersenen eten, dus ik haal een dozijn frikadellen bij de snackbar. Voor de hond, zeg ik er maar bij. En voor mij zelf een paar lihanboutjes, een kipcorn met majo, twee viandellen, een berenhap met pindasaus, een broodje shoarma en twee goulashkroketten. En een pakje shag en een paar blikjes Heineken. En ohja, heeft u nog wat van dat heksengram?
vrijdag 26 oktober 2007
Heksengram
Door:
Piepke van der Sterren
om
00:08
Tags: John uit Breda
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten